ECLI:NL:RVS:2019:3581
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving gebruik perceel als parkeerterrein onder overgangsrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand weigerde handhavend op te treden tegen het gebruik van een perceel als parkeerterrein, omdat dit gebruik onder het overgangsrecht van de beheersverordening 'De Moer' valt. Appellanten, eigenaren van nabijgelegen percelen, ondervonden overlast en stelden dat het gebruik was geïntensiveerd, waardoor het overgangsrecht niet van toepassing zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en oordeelde dat zij niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt vanwege hun woonadres, maar wel procesbelang hadden vanwege hun eerdere eigendom van een aangrenzend perceel. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat appellanten voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij schade hebben geleden door het gebruik als parkeerterrein.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde vervolgens het overgangsrecht en stelde vast dat het gebruik van het perceel als parkeerterrein reeds bestond op de peildatum en dat het bestemmingsplan 'De Moer' dit gebruik niet toestaat, maar voortzetting onder overgangsrecht mogelijk is. De stelling van appellanten dat het gebruik is geïntensiveerd wordt verworpen omdat zij onvoldoende onderbouwing leverden dat het gebruik na de peildatum daadwerkelijk is toegenomen.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering tot handhaving van het gebruik van het perceel als parkeerterrein onder het overgangsrecht en verklaart het hoger beroep ongegrond.