ECLI:NL:RVS:2019:3604
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 30 januari 2019 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 februari 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een klacht over de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank werd behandeld, maar deze leidde niet tot vernietiging van die uitspraak omdat de rechter en griffier bevestigden dat de ondertekening correct was en de tekst identiek aan het digitale dossier.
De overige aangevoerde grieven van de vreemdeling gaven geen aanleiding tot vernietiging van de uitspraak. De Afdeling oordeelde dat deze kwesties niet van belang waren voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ter hoogte van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.