ECLI:NL:RVS:2019:3605
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 15 juli 2019 de aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 oktober 2019 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden de vreemdelingen hoger beroep in en verzochten zij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat zij recht hebben op opvang en verstrekkingen. Op grond van de belangenafweging en eerdere jurisprudentie werd een voorlopige voorziening getroffen. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. Kuijer op 24 oktober 2019 in het openbaar. De beschikking biedt de vreemdelingen bescherming tegen uitzetting gedurende de procedure en waarborgt hun recht op juridische bijstand en opvang.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.