ECLI:NL:RVS:2019:3608
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 14 juni 2017 heeft de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 september 2019 deze beroepen ongegrond verklaarde. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State en vroegen tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 oktober 2019 besloten dat de vreemdelingen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdelingen, ter hoogte van €512,00, moet vergoeden.
Deze voorlopige voorziening beschermt de vreemdelingen tegen uitzetting en waarborgt hun recht op opvang en verstrekkingen gedurende de procedure. De beslissing is genomen op basis van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en is uitgesproken in het openbaar.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.