ECLI:NL:RVS:2019:3617
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en proceskostenvergoeding
De vreemdeling is op 27 januari 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 12 februari 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werd onder meer geklaagd over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin deze klachten als terecht zijn erkend, maar niet leiden tot vernietiging van de uitspraak omdat de ondertekening en tekstidentiteit zijn bevestigd.
Verder aangevoerde grieven van de vreemdeling worden niet inhoudelijk behandeld omdat deze geen belang hebben voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt daarmee het vonnis van de rechtbank.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd met een proceskostenvergoeding van €512 aan de vreemdeling.