ECLI:NL:RVS:2019:3630
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving waterlozing zonder vergunning afgewezen wegens ontbreken overtreder
Het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rivierenland legde aan een bronbemalingsbedrijf een last onder dwangsom op wegens het zonder vergunning lozen van water en het onttrekken van grondwater, met het oog op het voorkomen van visuele verontreiniging van oppervlaktewater. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van het bedrijf gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college ging in hoger beroep, stellende dat het bedrijf als overtreder kon worden aangemerkt omdat het de pompen zelf zou hebben aangezet en betrokken was bij de bronbemaling. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat overtreder primair degene is die de verboden handeling fysiek verricht. Het bedrijf verhuurt, installeert en onderhoudt de installaties, maar zet de pompen slechts op één datum zelf aan.
De Afdeling oordeelde dat het bedrijf slechts op die datum als overtreder kan worden gezien, maar dat die handeling niet tot visuele verontreiniging heeft geleid. Daarnaast is het bedrijf niet eigenaar van de grond of opdrachtgever, zodat de overige overtredingen niet aan haar kunnen worden toegerekend. Ook was het opleggen van een last onder dwangsom op basis van één overtreding niet toegestaan.
Daarom bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het waterschap wordt ongegrond verklaard en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.