ECLI:NL:RVS:2019:3671
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling en toekenning opvang en verstrekkingen
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 19 september 2019 niet in behandeling werd genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde het daaropvolgende beroep van de vreemdeling ongegrond op 16 oktober 2019. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 30 oktober 2019 besloten dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ten bedrage van €512,00, moet vergoeden, welke kosten verband houden met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en dient ter bescherming van de belangen van de vreemdeling en haar minderjarige kind gedurende de procedure. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en is bindend zolang het hoger beroep niet is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.