ECLI:NL:RVS:2019:370
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van niet-ontvankelijkheidsbesluit verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de zaak terug verwees voor een nieuw besluit met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank onterecht zelf een oordeel had gegeven over de geloofwaardigheid van de intensivering van het christelijk geloof van de vreemdeling, waardoor een onjuiste toetsingsmaatstaf werd gehanteerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank inderdaad haar eigen oordeel had gesteld in plaats van dat van de staatssecretaris, wat niet is toegestaan. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 5 februari 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.