ECLI:NL:RVS:2019:372
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van besluit niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 3 juli 2018 een aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een eigen oordeel had gegeven over de geloofwaardigheid van de intensivering van het christelijk geloof van de vreemdeling, waarmee een onjuiste toetsingsmaatstaf werd gehanteerd.
Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor herbehandeling en beslissing met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.