ECLI:NL:RVS:2019:3731
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen omgevingsvergunning voor busstation op gezoneerd industrieterrein
Het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân verleende een omgevingsvergunning voor de realisatie van een busstation op een gezoneerd industrieterrein te Bolsward. Appellant, bewoner van een bedrijfswoning nabij het busstation, vreesde aantasting van zijn woon- en leefklimaat door geluidsoverlast.
Na eerdere vernietiging van het besluit en bevestiging daarvan door de Afdeling, verleende het college een nieuwe vergunning waarbij een akoestisch onderzoek door AGEL als basis diende. Appellant voerde aan dat dit onderzoek onvolledig was en geluidbronnen niet volledig waren meegenomen. De Afdeling oordeelde dat het college terecht rekening hield met de geluidbelasting veroorzaakt door de afwijking van het bestemmingsplan en dat de gewenste situatie minder geluidbelasting oplevert dan een volledige realisatie binnen de bestemming "Bedrijventerrein - 2".
Daarnaast stelde appellant dat de ruimtelijke onderbouwing onvolledig was en dat het college onvoldoende rekening hield met slaap- en ontwaakstoornissen. De Afdeling overwoog dat deze punten reeds in eerdere procedures aan de orde waren geweest en in deze procedure niet opnieuw beoordeeld konden worden.
De Afdeling concludeerde dat het college in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen en verklaarde het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het busstation wordt ongegrond verklaard.