ECLI:NL:RVS:2019:3753
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.G. Sevenster
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek inzake verwerking persoonsgegevens door gemeente
Appellant, voormalig senior-beleidsmedewerker van de gemeente Nederweert, verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om handhavend op te treden tegen de gemeente wegens vermeende onrechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens in een brief aan de gemeenteraad. De AP wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Limburg, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellant dat hij niet op de hoogte was gesteld van de verzending van de brief met zijn persoonsgegevens aan de raad en dat de brief feitelijke onjuistheden bevatte. Ook stelde hij dat de wethouders als getuigen hadden moeten worden gehoord. De Afdeling oordeelde dat de brief rechtmatig was verzonden op grond van artikel 8 Wbp Pro, omdat de raad de gegevens nodig had voor zijn controlerende taak met inachtneming van hoor en wederhoor.
De Afdeling bevestigde dat de informatieplicht uit artikel 33 Wbp Pro niet van toepassing was, omdat de gegevens niet rechtstreeks van appellant waren verkregen, maar van het college. Ook was het niet verplicht om appellant een afschrift van de brief te sturen, omdat hij reeds op de hoogte was van de gegevensverstrekking. De brief bevatte geen feitelijke onjuistheden, maar een andere beleving van het arbeidsconflict. De Afdeling verwierp het beroep en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.