ECLI:NL:RVS:2019:3802
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlenging verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wegens onjuiste toepassing arbeidsmarktregels
De zaak betreft het hoger beroep van twee vreemdelingen tegen de besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot verlenging van hun verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd voor slechts één jaar. Vreemdeling 1 heeft de beperking 'arbeid in loondienst' en vreemdeling 2 de beperking 'verblijf als familie- of gezinslid'. De staatssecretaris heeft de vergunningen verlengd tot 1 april 2018, de datum waarop de arbeidsovereenkomst van vreemdeling 1 eindigt.
De rechtbank had geoordeeld dat de vergunningen terecht slechts voor één jaar waren verleend, omdat artikel 14, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), gelezen in samenhang met artikel 3.58 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000), bepaalt dat een vergunning onder de beperking 'arbeid in loondienst' voor maximaal één jaar wordt verleend, tenzij toepassing wordt gegeven aan specifieke uitzonderingen die hier niet aan de orde waren.
De vreemdelingen stelden dat vreemdeling 1 vrij is op de arbeidsmarkt en dat daarom de vergunningen verlengd hadden moeten worden voor vijf jaar. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte aansluiting heeft gezocht bij artikel 14, vijfde lid, van de Vw 2000, dat ziet op verlening en niet op verlenging van vergunningen. Voor verlenging geldt artikel 14, vierde lid, van de Vw 2000, dat verwijst naar nadere regels in het Vb 2000. Omdat vreemdeling 1 vrij is op de arbeidsmarkt, had de vergunning volgens artikel 3.58 van het Vb 2000 telkens voor vijf jaar verlengd moeten worden. De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van 24 november 2017, en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De besluiten tot verlenging van de verblijfsvergunningen voor één jaar worden vernietigd en de vergunning van vreemdeling 1 moet voor vijf jaar worden verlengd.