Uitspraak
Datum uitspraak: 20 november 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk verleende op 30 november 2017 een omgevingsvergunning aan appellant sub 1A voor het hobbymatig houden van twee paarden op een perceel met woonbestemming. Appellanten betoogden dat deze vergunning onterecht was omdat het gebruik niet binnen de woonbestemming paste en dat het overgangsrecht niet van toepassing was.
De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar wegens onvoldoende motivering en onderzoek naar ruimtelijke uitstraling en hinder. In hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat het houden van paarden niet past bij de woonbestemming vanwege de ruimtelijke uitstraling en ligging aan de rand van een woonwijk. Het overgangsrecht was niet van toepassing omdat het gebruik onder het vorige bestemmingsplan niet was toegestaan.
Verder stelde de Afdeling vast dat het college ten onrechte de reguliere voorbereidingsprocedure toepaste in plaats van de uitgebreide procedure, omdat de stal en paardenbak niet vergunningvrij waren en het gebruik de bebouwde oppervlakte vergrootte. Daarom werden ook de besluiten van 18 december 2018 vernietigd.
De Afdeling vernietigde het besluit van 30 november 2017, het besluit op bezwaar van 19 april 2018 en de besluiten van 18 december 2018, en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning voor het houden van paarden wordt vernietigd en herroepen, en het college moet een nieuw besluit nemen met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure.