ECLI:NL:RVS:2019:3804
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluiten over paarden, stal en paardenbak in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk legde aan appellant een last onder dwangsom op wegens het houden van paarden op zijn perceel in strijd met het bestemmingsplan "Wonen-1". Het college stelde dat de stal en paardenbak vergunningvrij waren, maar de Raad van State oordeelde dat deze bouwwerken niet vergunningvrij zijn omdat zij niet functioneel verbonden zijn met de woning en het houden van paarden in strijd is met de woonbestemming.
De rechtbank had tegenstrijdige uitspraken gedaan over de besluiten van het college, waardoor de Raad van State de beroepen van appellant en wederpartij gegrond verklaarde en de besluiten van 19 april en 18 december 2018 vernietigde. Het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de twee brieven van 13 november 2017 als één besluit worden beschouwd en het bezwaar van beide partijen wordt heroverwogen.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het college ten onrechte de last onder dwangsom in stand hield nadat een omgevingsvergunning was verleend, waardoor handhavend optreden niet langer gerechtvaardigd was. De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan beide partijen. Tegen het nieuwe besluit kan slechts beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak worden ingesteld.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de handhavingsbesluiten en beveelt het college een nieuw besluit te nemen met heroverweging van bezwaren.