ECLI:NL:RVS:2019:3817
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor dakopbouw in strijd met bestemmingsplan
Appellante heeft een opbouw gerealiseerd op het dakterras van haar woning en verzocht om legalisatie via een omgevingsvergunning. Het college weigerde deze vergunning omdat de opbouw in strijd was met het bestemmingsplan en niet voldeed aan redelijke eisen van welstand. Appellante stelde dat zij mocht vertrouwen op vergunningverlening, mede door eerdere communicatie en het handhavingstraject, maar dit beroep op het vertrouwensbeginsel werd door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak verworpen.
De Afdeling overwoog dat het college niet van handhaving was afgezien vanwege concreet zicht op legalisatie en dat het opleggen van een last onder dwangsom dit bevestigde. Het verzoek om aanvullende stukken, waaronder een bezonningsonderzoek, was terecht omdat het college op grond van de regelgeving gegevens mocht opvragen die nodig zijn voor een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag. Hoewel achteraf het bezonningsonderzoek niet nodig bleek vanwege stedenbouwkundige bezwaren, was vooraf niet duidelijk dat de aanvraag zou worden afgewezen.
De Afdeling concludeerde dat het college niet onredelijk had gehandeld en dat appellante geen recht had op vergoeding van de kosten voor de vergunningaanvraag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de dakopbouw en wijst het hoger beroep af.