ECLI:NL:RVS:2019:3876
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 januari 2018 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen afgewezen. Na een bezwaarprocedure heeft de rechtbank op 27 februari 2019 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met de opdracht aan de staatssecretaris om een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, terwijl tevens griffierecht werd geheven. Het vonnis werd uitgesproken door een enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van G.M.H. Hoogvliet.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.