ECLI:NL:RVS:2019:3891

Raad van State

Datum uitspraak
19 november 2019
Publicatiedatum
19 november 2019
Zaaknummer
201907179/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig nemen nieuw besluit staatssecretaris

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit beroep in behandeling genomen.

Eerder had de Afdeling bij uitspraak van 8 oktober 2019 het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank gegrond verklaard, waardoor het beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard. Hierdoor was de staatssecretaris niet langer verplicht een nieuw besluit te nemen.

De vreemdeling kon geen belang meer aantonen bij de beoordeling van haar beroep. Daarom heeft de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is de staatssecretaris niet verplicht proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belang meer heeft bij de beoordeling.

Uitspraak

201907179/1/V1.
Datum uitspraak: 19 november 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[de vreemdeling],
appellante,
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, heeft bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 21 februari 2019 in zaak nr. 18/7171. De griffier van de rechtbank heeft het beroep ter behandeling aan de Afdeling doorgezonden.
De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.    De vreemdeling heeft de Afdeling verzocht de staatssecretaris onder last van een dwangsom op te dragen om een nieuw besluit te nemen.
2.    Bij uitspraak van 8 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3363, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank van 21 februari 2019. Daarbij is het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het door de vreemdeling tegen het besluit van 11 september 2018 ingestelde beroep ongegrond verklaard.
3.    Na de uitspraak van 8 oktober 2019 hoeft de staatssecretaris geen nieuw besluit meer te nemen. Desgevraagd heeft de vreemdeling niet aan kunnen geven welk belang zij nog heeft bij de beoordeling van haar beroep. Het beroep moet dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Verbeek
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2019
574.