ECLI:NL:RVS:2019:3913
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.J. van Eck
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Geen werkgeversaansprakelijkheid voor brandweeropleiding aspiranten bij hittegewenningsoefening
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde [wederpartij] een boete van €7.200,- op wegens overtreding van de Arbowet tijdens een hittegewenningsoefening waarbij aspiranten brandwonden opliepen. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het boetebesluit.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat [wederpartij] als werkgever moest worden aangemerkt omdat de aspiranten onder haar gezag arbeid verrichtten tijdens de oefening. De Raad van State oordeelde echter dat de aspiranten de oefening volgden als onderdeel van hun opleiding 'Manschap A' en dat deze oefening niet als arbeid voor [wederpartij] kan worden beschouwd. De deelname droeg niet bij aan de productiecapaciteit van [wederpartij] en er was geen vergoeding aan de aspiranten.
Verder werd overwogen dat artikel 2 van Pro de Arbowet, dat verrichtingen van leerlingen vergelijkbaar met arbeid omvat, restrictief moet worden uitgelegd en niet van toepassing is op aspiranten die in dienst zijn van Veiligheidsregio Fryslân. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat [wederpartij] niet als werkgever kan worden aangemerkt en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.