ECLI:NL:RVS:2019:397
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring woningtoewijzing wegens onvoldoende medische grond
Appellante vroeg een urgentieverklaring aan voor woningtoewijzing vanwege artrose en de daarmee gepaard gaande problemen met traplopen. Het college wees de aanvraag af omdat de medische klachten onvoldoende ernstig waren en appellante haar huisvestingsprobleem zelf redelijkerwijs kon oplossen. De rechtbank vernietigde het besluit van het college en beval een nieuw besluit.
Het college handhaafde de afwijzing na hernieuwd advies van een GGD-arts, die stelde dat er onvoldoende medische onderbouwing was voor een urgente verhuizing en dat niet-operatieve behandelingen mogelijk waren. Appellante stelde dat zij in een acute noodsituatie verkeerde en dat de afwijzing onredelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het beleid niet onredelijk had toegepast, dat de medische situatie onvoldoende was onderbouwd en dat appellante haar probleem redelijkerwijs zelf kon oplossen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep en het beroep van rechtswege ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep en het beroep van rechtswege ongegrond en bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring.