ECLI:NL:RVS:2019:3982
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning schuilstal wegens onjuiste belanghebbenden
Het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze verleende op 24 april 2017 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een schuilstal op het perceel van appellant. Na bezwaar verklaarde het college het besluit van 24 april 2017 gegrond en weigerde alsnog de vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellant betoogde dat de rechtbank ten onrechte meerdere omwonenden als belanghebbenden had aangemerkt, terwijl zij geen persoonlijk belang hadden omdat zij geen zicht of hinder van betekenis ondervonden. De Afdeling oordeelde dat slechts enkele belanghebbenden, die direct zicht hadden op de schuilstal, als belanghebbenden konden worden aangemerkt. Anderen op grotere afstand hadden geen belang en hun bezwaar was ten onrechte ontvankelijk verklaard.
Daarnaast stelde appellant dat de schuilstal niet in strijd was met het bestemmingsplan. De Afdeling bevestigde echter dat het bouwwerk met vier wanden niet voldeed aan de definitie van schuilstal in het bestemmingsplan, dat een vrijstaande stal zonder volledige afsluiting vereist.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. Zij vernietigde het besluit van het college voor zover het bezwaar van de niet-belanghebbenden ontvankelijk werd verklaard en stelde dat bezwaar niet-ontvankelijk. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 20 december 2017 wordt vernietigd voor zover het bezwaar van niet-belanghebbenden ontvankelijk is verklaard, en deze bezwaren worden niet-ontvankelijk verklaard.