ECLI:NL:RVS:2019:3994
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid weigering registratie Liberiaanse huwelijksakte in BRP
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om registratie van zijn Liberiaanse huwelijksakte in de Basisregistratie Personen (BRP). Het college weigerde dit op grond van een onderzoek door het Bureau Documenten (BD) van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, dat twijfels uitte over de bevoegdheid van opmaak en afgifte van de akte en de legalisatie.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond wegens een motiveringsgebrek en onzorgvuldige voorbereiding, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en betoogde dat het college ten onrechte de inschrijving had geweigerd en dat de proceskostenvergoeding onjuist was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college redelijkerwijs mocht weigeren de huwelijksakte in te schrijven vanwege de gegronde twijfel aan de betrouwbaarheid, zoals onderbouwd door het BD en vertrouwelijke stukken. Wel werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte het college niet had veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor het indienen van het beroepschrift.
De Afdeling vernietigde dit deel van de uitspraak, veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten voor het beroepschrift en de behandeling van het hoger beroep, en bevestigde de uitspraak voor het overige. Tevens werd het griffierecht voor het hoger beroep aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het college mocht de Liberiaanse huwelijksakte weigeren voor registratie in de BRP; het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor het beroepschrift en hoger beroep.