ECLI:NL:RVS:2019:401
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling mosselzaadinvanginstallatie-ruimte van 31,6 hectare in Malzwin
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister om de vergunning voor het vissen op mosselzaad met een mosselzaadinvanginstallatie (MZI) in Malzwin vast te stellen op 31,6 hectare. Zij stelde dat vanwege veiligheidsredenen een tussenruimte van 40 meter noodzakelijk is, waardoor haar MZI-ruimte op 55 hectare had moeten worden vastgesteld.
De minister had de vergunningen in eerdere besluiten voor de periode 2010-2011 verleend en gewijzigd, waarna de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in eerdere uitspraken had geoordeeld dat de motivering van de MZI-ruimte onvoldoende was. In het nieuwe besluit werd de uitzonderingspositie van appellante bevestigd en de MZI-ruimte opnieuw vastgesteld op 31,6 hectare met een uitgebreide motivering.
De Afdeling oordeelt dat de generieke berekeningsmethode van de minister, waarbij een tussenruimte van 20 meter wordt gehanteerd, niet onredelijk is. De door appellante aangevoerde bijzondere ligging en veiligheidsargumenten worden niet voldoende onderbouwd om van deze methode af te wijken. Ook is de toedeling van 31,6 hectare aan appellante relatief gunstiger dan aan andere experimenteerders.
Gelet op de beperkte beschikbare MZI-ruimte en de belangenafweging concludeert de Afdeling dat het nieuwe besluit deugdelijk is gemotiveerd en verklaart het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van 31,6 hectare MZI-ruimte wordt ongegrond verklaard.