ECLI:NL:RVS:2019:4031
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 29 april 2019 opnieuw werd afgewezen. Na een tussenuitspraak van de rechtbank waarbij de staatssecretaris de gelegenheid kreeg om een gebrek in het besluit te herstellen, werd het aangepaste besluit alsnog vernietigd door de rechtbank op 1 november 2019. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vervolgens bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die waren gemaakt voor de beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze uitspraak waarborgt de rechtspositie van de vreemdeling tijdens de procedure en voorkomt dat hij onherstelbare schade lijdt door voortijdige uitzetting. De vergoeding van proceskosten onderstreept het belang van een correcte procedurele behandeling.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.