ECLI:NL:RVS:2019:4032
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 26 augustus 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 31 oktober 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 29 november 2019 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €512,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
Deze voorlopige voorziening is getroffen met toepassing van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, en mr. M.M. Bosma, griffier.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.