ECLI:NL:RVS:2019:4037
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris heeft bij besluit van 26 februari 2018 de aanvraag van de vreemdeling voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 10 januari 2019 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de afwijzing onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van de gezinsband en de toepassing van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Hierdoor is het hoger beroep gegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het beroep ongegrond werd verklaard.
De staatssecretaris wordt gelast een nieuw besluit te nemen waarin hij de afgelegde verklaringen en documenten inhoudelijk beoordeelt en de afwijzing toetst aan de relevante artikelen van de richtlijn. Tevens moet de staatssecretaris de proceskosten en het griffierecht aan de vreemdeling vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en een nieuw besluit gelast.