ECLI:NL:RVS:2019:411
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.F.M. Wortmann
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning nieuwbouwcomplex Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 22 juli 2015 een omgevingsvergunning eerste fase voor een nieuwbouwcomplex met een appartementenhotel, winkels en een café-restaurant op twee locaties in Amsterdam. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld, waarna de rechtbank in een tussenuitspraak constateerde dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was gemotiveerd, met name over de kapvorm en de overschrijding van de voorgevelrooilijn.
Het college vulde de motivering aan bij besluit van 6 september 2016 en bracht een wijziging aan in het bouwplan door de balkons te verkleinen tot Franse balkons. [Appellante] maakte bezwaar tegen deze aanpassing en voerde aan dat het besluit van 6 september 2016 onbevoegd was en onvoldoende was gemotiveerd, met name over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de balkonwijziging en de kapvorm.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was het besluit te bekrachtigen en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de wijziging van de balkons ruimtelijk aanvaardbaar was, mede op basis van het stedenbouwkundig advies van 22 augustus 2016. De bezwaren over de kapvorm konden niet in deze procedure worden behandeld omdat deze al bij het oorspronkelijke besluit aan de orde hadden moeten komen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.