ECLI:NL:RVS:2019:4138
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over handhaving bomen bestemmingsplan Westland
Het college van burgemeester en wethouders van Westland legde op 11 januari 2018 een last onder dwangsom op aan de eigenaar van een perceel in ’s-Gravenzande om bomen te verwijderen die volgens het college in strijd waren met het bestemmingsplan "Glastuinbouwgebied Westland".
De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar gegrond en vernietigde het besluit van het college voor zover het de bomen betrof. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de bevoegdheid van het college om handhavend op te treden. De bomen zijn niet toegestaan omdat zij niet behoren tot een glastuinbouwbedrijf, zoals vereist in het bestemmingsplan. Het college was dus bevoegd tot handhaving.
Verder werd het beroep van de eigenaar op het gelijkheidsbeginsel afgewezen, omdat het college prioriteiten stelt bij handhaving en ook tegen andere gevallen zal optreden.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond en schorstte het besluit van het college met terugwerkende kracht tot twaalf weken na verzending van de uitspraak, zodat de eigenaar die tijd krijgt om de bomen te verwijderen zonder direct een dwangsom te verbeuren.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de eigenaar ongegrond verklaard met een schorsing van het handhavingsbesluit tot twaalf weken na uitspraak.