ECLI:NL:RVS:2019:4140
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen vervanging menger diervoederfabriek
Het college van burgemeester en wethouders van Houten wees een verzoek tot handhavend optreden af tegen de vervanging van een menger in een diervoederfabriek te Schalkwijk. Appellant stelde dat deze vervanging vergunningplichtig was op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2°, van de Wabo.
De rechtbank oordeelde dat de vervanging niet vergunningplichtig was, omdat de productiecapaciteit niet werd vergroot. Dit oordeel werd gebaseerd op rapporten van Bomatech B.V. en Van Rens, die concludeerden dat de nieuwe menger niet leidde tot meer batches per tijdseenheid.
Appellant voerde aan dat de behandeling van het handhavingsverzoek niet door de aangewezen omgevingsdienst, maar door de gemeente was gedaan, wat strijdig zou zijn met artikel 7.1 van het Bor. De Raad van State stelde vast dat de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) wel degelijk betrokken was bij de besluitvorming en dat het college namens de RUD het besluit nam.
De Raad van State verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.