ECLI:NL:RVS:2019:4178
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit plaatsing ondergrondse restafvalcontainers in Utrecht wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht stelde op 22 februari 2018 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de wijk Wittevrouwen, waaronder een locatie in de Biltstraat. Appellanten, bewoners van nabijgelegen woningen, maakten bezwaar tegen deze locatie vanwege verkeersveiligheidszorgen en mogelijke verkeersoverlast.
Na het besluit op bezwaar van 13 november 2018, waarin het college de bezwaren ongegrond verklaarde, werd beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de locatie geschikt was en dat de maatregelen ter waarborging van verkeersveiligheid niet adequaat in het besluit waren opgenomen. Daarnaast waren de maatregelen onduidelijk en onvoldoende onderbouwd.
Verder werden alternatieve locaties door appellanten aangedragen. De Afdeling vond dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom een bepaalde alternatieve locatie niet geschikter zou zijn dan de aangewezen locatie, waardoor het beroep gegrond werd verklaard.
De Afdeling vernietigde het besluit van 13 november 2018 en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten. Het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van 13 november 2018 is vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.