ECLI:NL:RVS:2021:2167
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing plaatsing ondergrondse afvalcontainers in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht stelde een plaatsingsplan vast voor ondergrondse afvalcontainers (orac's) in de wijk Wittevrouwen, waaronder een locatie aan de Biltstraat 138. Na eerdere vernietiging van een besluit wegens onvoldoende motivering, nam het college nieuwe besluiten waarin aanvullende maatregelen en voorschriften werden opgenomen om verkeersveiligheid en overlast te beperken.
Appellanten voerden aan dat de locatie verkeersveiligheidsrisico's oplevert, dat er een geschikter alternatief is en dat de plaatsing ten koste gaat van een parkeerplaats. Tevens werd betoogd dat het besluit van 6 oktober 2020 geen nieuw besluit zou zijn en dat het college een dwangsom verschuldigd is wegens niet tijdig beslissen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 6 oktober 2020 wel als nieuw besluit geldt en dat het college binnen de gestelde termijn heeft beslist, zodat geen dwangsom is verschuldigd. Het college heeft de locatie in redelijkheid aangewezen, rekening houdend met verkeersveiligheid, capaciteit en alternatieven. De bezwaren van appellanten faalden, mede omdat het college passende maatregelen heeft genomen en de verkeersveiligheid voldoende is geborgd.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen het besluit van 6 oktober 2020 ongegrond en het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 6 oktober 2020 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 25 augustus 2020 niet-ontvankelijk.