ECLI:NL:RVS:2019:4179
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig besluit omgevingsvergunning
Helion B.V. had een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een inrichting en het aanpassen van een magazijn op een perceel te Honselersdijk. Het college van burgemeester en wethouders van Westland weigerde deze vergunning op 23 augustus 2017. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval het college een nieuw besluit te nemen binnen zes maanden.
Het college nam het nieuwe besluit echter pas op 29 mei 2019, wat later was dan de wettelijk gestelde termijn van zes maanden na de uitspraak van de rechtbank op 28 september 2018. Helion B.V. stelde het college in gebreke en vorderde vaststelling van de dwangsom wegens de overschrijding van de beslistermijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college inderdaad te laat was met het nemen van het besluit en stelde de dwangsom vast op € 1.442,00. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De Afdeling wees het beroep van Helion B.V. toe, maar verwierp de stelling dat sprake was van een bijzondere omstandigheid die een hogere proceskostenvergoeding zou rechtvaardigen.
Uitkomst: Het beroep van Helion B.V. wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 1.442,00 wegens het niet tijdig nemen van een besluit.