ECLI:NL:RVS:2022:1919
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing besluit buiten behandeling stellen omgevingsvergunning voor bouwactiviteit
Appellant A vroeg op 5 december 2018 een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een kap op een bijgebouw in De Bilt. Het college van burgemeester en wethouders stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gevraagde aanvullende gegevens had aangeleverd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en vernietigde het vervangende besluit over het bezwaar, waarbij zij het college opdroeg een dwangsom van € 92,00 te vergoeden wegens niet-tijdig beslissen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de gevraagde aanvullende gegevens niet noodzakelijk waren omdat zijn aanvraag alleen betrekking had op planologisch strijdig gebruik en niet op bouwactiviteiten. De Afdeling oordeelde dat de aanvraag wel degelijk een bouwactiviteit betrof en dat het college daarom terecht aanvullende gegevens mocht vragen. Ook stelde appellant dat het college zelf de gegevens had moeten verzamelen, maar de Afdeling bevestigde dat de aanvrager verantwoordelijk is voor de aanvraag.
Verder stelde appellant dat hij tijdens de bezwaarprocedure alsnog alle gevraagde gegevens had ingediend, maar de Afdeling vond geen grond voor een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag op dat moment. Ten slotte werd geoordeeld dat de rechtbank de dwangsom onjuist had vastgesteld en deze werd verhoogd naar € 299,00. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van het vonnis over de dwangsom en bevestigde het overige.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de dwangsom wordt vastgesteld op € 299,00 en het overige vonnis wordt bevestigd.