ECLI:NL:RVS:2019:419
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening voorschot kindgebonden budget wegens toeslagpartnerschap uitwisselingsstudente
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kindgebonden budget van een belanghebbende over 2017 herzien op grond van het feit dat een meerderjarige uitwisselingsstudente, die tijdelijk op hetzelfde adres stond ingeschreven, als toeslagpartner werd aangemerkt. De rechtbank Gelderland oordeelde dat deze studente gelijkgesteld moest worden met een pleegkind en daarom niet als toeslagpartner kon worden aangemerkt, waardoor het kindgebonden budget verhoogd zou moeten worden met de alleenstaande ouderkop.
De Belastingdienst stelde in hoger beroep dat de studente meerderjarig was en daarom niet als pleegkind kon worden beschouwd volgens de wettelijke definities, en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad die een tijdelijke verblijfssituatie uitsluit van het pleegkindbegrip. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het begrip pleegkind niet van toepassing is op een meerderjarige uitwisselingsstudente zonder bijzondere omstandigheden die pleegzorg verlengen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de Belastingdienst ongegrond, waarmee de studente als toeslagpartner blijft gelden en het lagere voorschot kindgebonden budget van toepassing blijft. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de Belastingdienst wordt gegrond verklaard en het beroep van de belanghebbende ongegrond verklaard.