ECLI:NL:RVS:2017:2397
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H.C.P. Venema
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toeslagpartnerschap bij inschrijving in BRP voor zorgtoeslag 2015
De zaak betreft een geschil over het recht op voorschotten zorgtoeslag over 2015. De Belastingdienst heeft het voorschot zorgtoeslag van [wederpartij] herzien en vastgesteld op nihil, omdat [persoon] als toeslagpartner is aangemerkt op grond van inschrijving op hetzelfde woonadres in de Basisregistratie Personen (BRP), samen met een minderjarig kind.
[wederpartij] betwist het partnerschap en stelt dat zij het adres slechts als postadres gebruikte en feitelijk elders verbleef, onderbouwd met reisdocumenten en verblijf op andere adressen. De rechtbank had echter geoordeeld dat ondanks de inschrijving in de BRP, de materiële situatie leidde tot het niet aannemen van een partnerschap.
De Raad van State stelt dat artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) dwingendrechtelijk is en dat de inschrijving in de BRP bepalend is voor het partnerschap. De materiële situatie kan niet leiden tot afwijking hiervan. De inschrijving van [wederpartij] op het adres van [persoon] creëert een situatie die onder het partnercriterium valt, ook al was zij feitelijk niet woonachtig.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van [wederpartij] ongegrond. De Belastingdienst heeft terecht het voorschot zorgtoeslag vastgesteld op nihil omdat het inkomen en vermogen van [persoon] als toeslagpartner worden betrokken bij de berekening.
Uitkomst: De Belastingdienst heeft terecht [persoon] als toeslagpartner aangemerkt en het voorschot zorgtoeslag voor 2015 op nihil vastgesteld.