ECLI:NL:RVS:2019:4269
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A. ten Veen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huurtoeslag wegens juridisch eigendom woning
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die het beroep ongegrond verklaarde tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om de huurtoeslag voor 2016 en het voorschot over 2018 op nihil vast te stellen.
Appellant had in 1994 de economische eigendom van haar woning overgedragen aan haar kinderen, maar bleef juridisch eigenaar. De Belastingdienst stelde vast dat hierdoor geen sprake was van een huursituatie in de zin van de Wet op de huurtoeslag (Wht), omdat de woning juridisch nog steeds haar eigendom was. De rechtbank oordeelde dat appellant daardoor geen recht had op huurtoeslag.
In hoger beroep voerden de erven aan dat appellant slechts juridisch eigenaar was en geen invloed had op de huurprijs, die was vastgesteld door taxateurs, en dat de economische eigenaren verantwoordelijk waren voor onderhoud en kosten. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog echter dat volgens vaste jurisprudentie alleen personen die uitsluitend als huurder en niet mede-eigenaar zijn, recht hebben op huurtoeslag. De notariële akte toonde bovendien aan dat appellant destijds zelf de huurprijs mede had bepaald.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van huurtoeslag bevestigd.