ECLI:NL:RVS:2019:4283
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- B.J. Schueler
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over weigering dispensatie cao-bepalingen voor DPA
De minister heeft bij besluiten van 22 maart en 22 april 2016 geweigerd dispensatie te verlenen aan Tentoo en DPA van algemeenverbindendverklaarde bepalingen uit de ABU-cao 2012-2017 en SFU-cao 2015-2016. Tentoo en DPA stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Amsterdam, die de beroepen ongegrond verklaarde. Tentoo en DPA gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat Tentoo geen belang had bij inhoudelijke behandeling omdat de betreffende perioden in het verleden liggen en Tentoo destijds gedispenseerd was. Het hoger beroep van Tentoo werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Voor DPA oordeelde de Afdeling dat wel belang bestond bij inhoudelijke beoordeling. DPA voerde aan dat haar bedrijfskenmerken wezenlijk verschillen van die van ondernemingen waarop de cao's van toepassing zijn en dat toepassing van de cao voor haar onevenredige gevolgen heeft.
De Afdeling stelde vast dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom toepassing van de algemeenverbindendverklaarde bepalingen redelijkerwijs van DPA kon worden gevergd, ondanks de specifieke bedrijfskenmerken van DPA. Daarom werd het besluit van 27 juli 2017 vernietigd en het beroep van DPA gegrond verklaard. De Afdeling veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten aan DPA en wees het verzoek om uitstel af. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank voor zover het DPA betreft.
Uitkomst: Het hoger beroep van DPA wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister tot weigering van dispensatie wordt vernietigd.