ECLI:NL:RVS:2019:4294
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitkering letselcategorie 1 uit Schadefonds Geweldsmisdrijven na mishandeling
Appellante heeft een uitkering aangevraagd uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens letsel opgelopen bij een mishandeling op 4 november 2017. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) kende haar een uitkering toe in letselcategorie 1, gebaseerd op de toedracht en beschikbare medische informatie. Appellante betwistte dit en vorderde een hogere categorie vanwege ernstiger letsel aan stembanden en psychisch letsel.
De rechtbank oordeelde dat de CSG zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het letsel niet ernstig genoeg was voor een hogere categorie, mede omdat appellante haar psychische klachten niet met medische stukken onderbouwde. In hoger beroep bevestigde de Raad van State dit oordeel, stellende dat de medische stukken geen blijvend fysiek letsel aantonen en dat het psychisch letsel niet voldoende is onderbouwd.
De Raad van State benadrukte het beleidskader van de CSG, waarin ernstig letsel wordt gedefinieerd als langdurige of blijvende ernstige medische gevolgen, en dat de CSG op basis van de toedracht ernstig psychisch letsel kan vooronderstellen bij bepaalde geweldsmisdrijven. De mishandeling rechtvaardigde volgens de CSG en rechtbank een uitkering in letselcategorie 1, maar niet hoger. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; uitkering in letselcategorie 1 bevestigd.