ECLI:NL:RVS:2019:4307
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verlenging opsporingsvergunning koolwaterstoffen Lemsterland
De minister van Economische Zaken heeft op 1 september 2017 de geldigheidsduur van de opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen aan Vermilion Energy Netherlands B.V. verlengd tot 1 juli 2025. Het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren maakte bezwaar tegen deze verlenging, maar diende dit bezwaar pas op 8 januari 2018 in, na het verstrijken van de wettelijke termijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep van het college ongegrond. In hoger beroep betoogde het college dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, onder meer omdat de mededeling in de Staatscourant laat en onvolledig was en het college niet tijdig op de hoogte was gesteld.
De Raad van State oordeelde dat de bekendmaking van het besluit aan Vermilion correct was geschied en dat de termijn voor bezwaar op 2 september 2017 was begonnen. De latere publicatie in de Staatscourant op 27 november 2017 was niet in strijd met de Mijnbouwwet. Het college had binnen twee weken na deze publicatie alsnog bezwaar kunnen maken. De termijnoverschrijding werd niet als verschoonbaar beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.