ECLI:NL:RVS:2019:4335
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen tegemoetkoming in planschade na wijziging bestemmingsplan Bergen
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Bergen om een tegemoetkoming in planschade vanwege beperkingen door het nieuwe bestemmingsplan "Bergen, Dorpskern Zuid" dat op 12 juni 2009 in werking trad. Het college wees het verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank vernietigde het besluit van het college, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat volgens de deskundige StAB geen sprake was van planschade.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet en dat de taxatie van de waarde van het perceel onzorgvuldig was. De Afdeling bestuursrechtspraak benoemde opnieuw de StAB als deskundige, die de planvergelijking en taxatie bevestigde. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht op het deskundigenadvies mocht vertrouwen en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de taxatie onjuist was.
Daarnaast werd het geschil over de proceskosten behandeld. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte de proceskostenvergoeding aan appellant te laag had vastgesteld en dat de zaken ten onrechte als samenhangend waren aangemerkt. De Afdeling verhoogde de vergoeding van proceskosten en deskundigenkosten aan appellant en veroordeelde het college tot betaling hiervan. Het incidenteel hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Appellant komt niet in aanmerking voor tegemoetkoming in planschade; proceskostenvergoeding aan appellant wordt verhoogd.