ECLI:NL:RVS:2019:4346
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen handhavingsbesluit Warenwet
De Stichting een Dier een Vriend heeft handhavingsverzoeken ingediend tegen Unilever en Kaasboer De Kaaswinkel.nl wegens vermeende misleidende etikettering van zuivelproducten die als plantaardig worden verkocht maar koemelk bevatten. Deze verzoeken werden door de minister als meldingen afgedaan, omdat de stichting volgens de minister geen belanghebbende was conform artikel 1:2 Awb Pro.
De stichting maakte bezwaar tegen deze afdoening, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de brieven van 29 november 2017 geen besluiten in de zin van artikel 1:3 Awb Pro betroffen. De rechtbank verklaarde het beroep van de stichting ongegrond. De stichting stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat besluiten op handhavingsverzoeken op grond van de Warenwet vallen en dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven exclusief bevoegd is voor hoger beroep tegen dergelijke besluiten. Gezien deze bevoegdheidsregeling verklaart de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en zendt het hogerberoepschrift door aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzitter Borman en leden Wissels en Lange, in aanwezigheid van griffier Hartsuiker, op 18 december 2019.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd en verwijst het hoger beroep door naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven.