ECLI:NL:RVS:2019:4350
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen tegemoetkoming in planschade na bestemmingsplanwijziging in Bergen
Appellant is eigenaar van een perceel met woning in Bergen en verzocht om tegemoetkoming in planschade vanwege het bestemmingsplan "Bergen, Dorpskern Zuid" van 2009. Het college wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank stelde de rechtsgevolgen van het besluit in stand, ondanks vernietiging van het besluit zelf, en wees het verzoek om planschadevergoeding af.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep. De StAB werd als deskundige ingeschakeld om de planologische vergelijking en taxatie te beoordelen. De StAB concludeerde dat het nieuwe bestemmingsplan weliswaar beperkingen oplegt, maar ook een aanzienlijk indirect planologisch voordeel oplevert, waardoor geen waardevermindering en dus geen planschade is ontstaan.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht op het deskundigenadvies van de StAB en de taxatie van De Bont heeft mogen afgaan. De Afdeling vernietigde wel het deel van de uitspraak dat de proceskostenvergoeding aan appellant te laag vaststelde en verhoogde deze. Het incidenteel hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Appellant komt niet in aanmerking voor tegemoetkoming in planschade; proceskostenvergoeding wordt verhoogd.