ECLI:NL:RVS:2019:4367
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-in behandeling nemen verblijfsvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 28 augustus 2019 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 december 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien het feit dat de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken, het passend was om als ordemaatregel een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening houdt in dat de voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 20 december 2019 niet zal plaatsvinden totdat de rechter uitspraak doet over het resterende verzoek.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening, een bedrag van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 20 december 2019 wordt uitgesteld en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.