ECLI:NL:RVS:2019:4389
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De Indiase vreemdeling, een 55-jarige weduwe met medische en psychische klachten, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar meerderjarige zoon, een Nederlandse staatsburger, te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat er meer dan normale emotionele banden bestonden, zoals vereist voor een familie- of gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zijn standpunt ondeugdelijk had gemotiveerd. De staatssecretaris had terecht betrokken dat er geen exclusieve afhankelijkheid tussen vreemdeling en referent bestond en dat alternatieve zorgmogelijkheden aanwezig waren.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens vernietigde zij het besluit van 3 december 2018 waarin het bezwaar van de vreemdeling opnieuw ongegrond was verklaard. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.