ECLI:NL:RVS:2019:444
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens tegenstrijdige verklaringen
De staatssecretaris heeft op 13 juni 2017 de verblijfsvergunning asiel van een Nepalese vreemdeling met terugwerkende kracht ingetrokken, geweigerd een reguliere verblijfsvergunning te verlenen, bepaald dat de vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van de vreemdeling vanwege tegenstrijdige verklaringen tussen hem en zijn echtgenote over het jaar van vertrek uit Nepal. De staatssecretaris heeft aannemelijk gemaakt dat de intrekkingsgrond zich voordoet. De vreemdeling slaagt er niet in dit te weerleggen met overgelegde documenten, waarvan sommige door Bureau Documenten als mogelijk niet-authentiek zijn beoordeeld.
Verder oordeelt de Raad dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij beschermingswaardig privé- of gezinsleven in Nederland heeft, en dat het inreisverbod en het onthouden van een vertrektermijn niet onrechtmatig zijn. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning gehandhaafd.