ECLI:NL:RVS:2018:280
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunningen Syriërs wegens vermeende Armeense nationaliteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 11 november 2016 de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd van enkele Syriërs in en legde hen een inreisverbod op, wegens het verzwijgen van gegevens over mogelijke Armeense nationaliteit en Italiaanse visa. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte onvoldoende onderzoek had gedaan naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van de Armeense ambassade, terwijl hij aannemelijk had gemaakt dat de vreemdelingen beschikten over Armeense paspoorten met Italiaanse visa, gebaseerd op gegevens uit het Vision- en NVIS-visasysteem. De vreemdelingen ontkenden de Armeense nationaliteit en overhandigden verklaringen van de Armeense ambassade en bewijsstukken van verblijf in Syrië.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris aan zijn bewijslast heeft voldaan en dat de verklaringen van de Armeense ambassade niet eenduidig uitsluiten dat de vreemdelingen de Armeense nationaliteit bezitten. De rechtbank heeft dit niet voldoende onderkend. De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond. Tevens oordeelt zij dat de intrekking niet in strijd is met de Kwalificatierichtlijn 2011/95/EU.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunningen wordt bevestigd en de beroepen worden ongegrond verklaard.