ECLI:NL:RVS:2019:4461
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak vreemdelingenbewaring en proceskostenvergoeding
Bij besluit van 5 september 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 oktober 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad van State heeft de rechtsvragen over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak reeds in eerdere uitspraken behandeld en deze overwegingen zijn ook in deze zaak van toepassing.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank. Tevens veroordeelt de Raad van State de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, begroot op €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.