ECLI:NL:RVS:2019:4464
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak vreemdelingenbewaring en proceskostenvergoeding
De vreemdeling is op 11 september 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft hij beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 15 oktober 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij voerde onder meer bezwaren aan tegen de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. De Raad van State verwees naar eerdere uitspraken waarin deze kwesties zijn behandeld en verwierp deze grieven.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Wel werd de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met toekenning van proceskosten aan de vreemdeling.