ECLI:NL:RVS:2019:4469
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak vreemdelingenbewaring en vergoeding proceskosten
De vreemdeling werd op 10 november 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 2 december 2019 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling behandelde onder meer de rechtsvragen over digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, waarbij eerdere uitspraken werden gevolgd.
Uiteindelijk oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde zij de uitspraak van de rechtbank. Wel werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.