ECLI:NL:RVS:2019:4471
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak vreemdelingenbewaring en vergoeding proceskosten
De vreemdeling is bij besluit van 16 november 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 december 2019 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft de ingebrachte rechtsvragen over digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak reeds in eerdere uitspraken behandeld en verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met veroordeling van de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.