ECLI:NL:RVS:2019:4476
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 juli 2019 de aanvragen van drie vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 december 2019 deze beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet uitgezet zouden worden voordat op het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te verkrijgen. De voorzieningenrechter oordeelde dat gelet op de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend was.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, vastgesteld op €512,00, geheel toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand verleend door een derde. De uitspraak werd op 24 december 2019 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.